Met deze site biedt de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) toegang tot corpora en databanken die belangrijk archiefmateriaal ontsluiten voor de studie van de Nederlandse taalgeschiedenis.

Dat blijkt niet alleen uit de omvang van het toegankelijk gemaakte materiaal, maar ook uit de intrinsieke waarde van de geselecteerde bronnen als taalkundig document. De corpora bestrijken zowat de hele geschiedenis van het Nederlands, van de vijfde tot de negentiende eeuw. Ze zijn ook van belang als heuristisch instrument in andere disciplines zoals de oudgermanistiek, de vroegmediëvistiek, de bijbelfilologie, de rechtsgeschiedenis enz.

De 'bouwstoffen' werden de afgelopen jaren samengesteld in samenwerkingsverbanden tussen de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) en Vlaamse en Nederlandse universiteiten.

Digitale bouwstoffen voor de geschiedenis van het Nederlands is een onderzoekslijn van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB), de onderzoeksafdeling van de KANTL.

De volgende 'bouwstoffen' zijn inmiddels voorhanden:

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) wil bijdragen aan de studie van de geschiedenis van het Nederlands door de opbouw, de verzameling, het beheer en het toegankelijk maken van digitale 'bouwstoffen' of talige corpora die belangrijk archiefmateriaal ontsluiten. De KANTL doet dat ten dienste van en in samenwerking met de universiteiten en andere onderzoeksinstellingen. De KANTL heeft deze opdracht toevertrouwd aan zijn onderzoeksafdeling, het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB).

De Gotische Bijbelvertaling

De Gotische Bijbelvertaling behoort strikt genomen weliswaar niet tot de Nederlandse taalgeschiedenis, maar de elektronische editie ervan heeft om historische redenen een plaats in de nieuwe reeks Bouwstoffen gekregen. De belangstelling voor de Gotische bijbel is immers al sinds de humanisten steeds nauw met de geschiedenis van de filologie in de Nederlanden verbonden geweest. Bovendien is de elektronische Wulfila-editie het oudste project van de zeven en was het een voortrekker voor de andere. Tens lotte heeft de editie van de Gotische bijbel ook didactische doelstellingen. De interlineaire vertalingen in verscheidene Europese talen, waaronder de Nederlandse Statenvertaling, maken het Gotisch als taal voor een breder publiek toegankelijker en kunnen aldus een stimulans betekenen voor de studie van deze taalhistorisch zo belangrijke teksten.

[Toegang]

Het Toponymisch en Antroponymische Woordenboek

De databanken van het Toponymisch en het Antroponymisch Woordenboek bouwen voort op het reusachtige excerptiewerk dat door de grote filoloog en academielid Maurits Gysseling als navorser bij het (N)FWO in de jaren 1940-1950 is verricht. Beide databanken omvatten nagenoeg alle vermeldingen van plaats- en persoonsnamen uit de historische Nederlanden (inbegrepen Noord-Frankrijk, Wallonië en westelijk Duitsland) van de achtste tot de dertiende eeuw. Het unieke corpus met enkele honderdduizenden naamattestaties biedt nog nauwelijks geëxploreerde onderzoeksmogelijkheden, niet alleen voor de oudste geschiedenis van het Nederlands maar ook voor het Oudromaans en voor de mediëvistiek in het algemeen.

[Toegang Toponymisch Woordenboek]

Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT)

Het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT) is een encyclopedie van eigennamen die voorkomen in Nederlandstalige literaire – dus niet in ambtelijke of wetenschappelijke (artes) – teksten, geschreven gedurende de late Middeleeuwen. De geschreven literatuur in de Nederlandse volkstaal begint ruwweg in de dertiende eeuw. Het REMLT hanteert als eindgrens circa 1600. Alles wat er in die periode geschreven is aan epiek (in verzen en proza), lyriek, drama en genres daartussenin zoals strofische gedichten en refreinen, komt in aanmerking voor opname in het REMLT. Onder eigennamen wordt verstaan de individualiserende naam van een mens, een dier, een engel, een duivel, een reus, een dwerg, een fee, een man, een vrouw, een kind, een stad, een land, een burcht, een huis, een herberg, een wapen, een schip enzovoort.

Het REMLT is een multimediale encyclopedie met links naar andere naslag- en standaardwerken zoals: Google Earth, Moisan, de Vulgaat, West en Wikipedia. De opmaak is die van een boek waarin men kan bladeren. Maar omdat het een digitaal boek (in pdf) is, kan men er ook in zoeken. Zowel de afzonderlijke letters als het geheel is downloadbaar en kopieerbaar. Alle letters zijn voorzien van een datumstempel.

De eigennamen in het REMLT zijn niet alleen geïndexeerd: Naam x komt voor in tekst y op plaats(en) z, maar ook geïdentificeerd: Wie is wie? Waar ligt wat? Omdat het middeleeuwse referentiekader sterk kan afwijken van het onze zijn de eigennamen ook geannoteerd, waarbij een strikte scheiding gemaakt is tussen tekstinterne en tekstexterne informatie.

Het REMLT is géén ‘naamkundig’ of ‘etymologisch’ naslagwerk maar een literair / cultuur-historische encyclopedie die geoptimaliseerd is voor historisch letterkundig onderzoek, maar die zich tevens goed leent voor thematisch en multidisciplinair gebruik.

[Toegang]

Het Corpus van veertiende-eeuwse niet-literaire Nederlandse teksten

Het Corpus van veertiende-eeuwse niet-literaire Nederlandse teksten of Corpus Van Reenen-Mulder (CRM) is een verzameling viertiende-eeuwse Nederlandstalige oorkonden uit het hele taalgebied. Het biedt een vervolg op het eerste deel (Ambtelijke Bescheiden) van het dertiende-eeuwse Corpus Gysseling, dat ondertussen een begrip is geworden in de neerlandistiek. Het CTB heeft tussen 2001 en 2007 een 600-tal oorkonden aan dit corpus toegevoegd en taalkundig verrijkt (lemmatisering en PoS-tagging). De documenten zijn afkomstig uit het zuidwesten van het taalgebied, dat in het CRM ondervertegenwoordigd was gebleven. Ze beschrijven transacties van private personen en staan bijgevolg dicht bij het lokale taalgebruik van die tijd.

[Toegang]

Laatmiddelnederlandse Autografische Egodocumenten

De taalkundig verrijkte editie van autografische egodocumenten uit het begin van de zestiende eeuw, in casu het dagboek van de Kuringse pastoor Christiaan Munters uit de eerste helft van de zestiende eeuw, vestigt de aandacht op de uitzonderlijke waarde van deze tekstsoort voor het onderzoek van taalveranderingsprocessen in het verleden. Deze zeldzame documenten maken het mogelijk de overgang van het Middelnederlands naar het Nieuwnederlands, die in de naslagwerken als een abrupte breuk wordt voorgesteld, als een zeer geleidelijk verlopend proces te bestuderen. Ze openen ongeëxploreerde onderzoeksperspectieven voor de variatielinguïstiek, niet enkel van het Nederlands maar ook voor aangrenzende talen.

[Toegang]

Corpus negentiende-eeuws juridisch taalgebruik (1814-1830)

Het Corpus negentiende-eeuws juridisch taalgebruik biedt een waaier aan ambtelijke en gerechtelijke manuscripten uit het tijdvak van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De teksten, voornamelijk processen-verbaal, getuigenverhoren en aktes van inbeschuldigingstelling, zijn in vergelijkbare mate afkomstig uit steden en dorpen in Antwerpen, Zuid-Brabant, Limburg, en Oost- en West-Vlaanderen. De dossiers dateren uit 1823, bij het prille begin van Willem I’s vernederlandsingspolitiek, en 1829, kort voor de Belgische omwenteling. De documenten, waarin ook zeer lokaal getinte en minder formele taalvariëteiten aan bod komen, bieden een verrassende kijk op het authentieke taalgebruik in die belangrijke scharnierperiode uit de geschiedenis van het (Zuid-)Nederlands.

[Toegang]

Dialectenquête Pieter Willems

Het Corpus Dialectmateriaal Pieter Willems is gebaseerd op de 351 dialectvragenlijsten die deze Leuvense hoogleraar Latijn (1840-1898) in 1885 aan respondenten over het hele land en het aangrenzende Rijnland rondstuurde. Elke vragenlijst bestond uit 59 pagina’s met een 4.200-tal lemma’s in het Standaardnederlands en gegroepeerd in 32 instructies. Per volledig ingevulde enquête leverde dat niet minder dan 15.000 antwoorden op. Willems was met dit ‘veldwerk’ in en buiten Vlaanderen een pionier inzake dialectonderzoek én een antropoloog avant la lettre. Hij heeft de analyse van zijn groots opgezette werk, dat gedetailleerde dialectbeschrijvingen bevat van het eind van de 19e eeuw, echter zelf niet meer ter hand kunnen nemen. De digitale ontsluiting van dit unieke archiefmateriaal is uiteraard van grote waarde voor de kennis en de studie van het Nederlands en zijn dialecten. Het ontsloten materiaal is echter ook in een ruimer verband van belang, onder meer voor cultuurhistorici, regionale geschiedschrijvers, volkskundigen e.a.

[Toegang]